Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Preekschets voor startzondag bij 1 Korintiërs 7,29: het goede leven

Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dat er maar weinig tijd rest.

1 Korintiërs 7: 29

Schriftlezing: 1 Korintiërs 7: 29-31

Thema: Het goede leven

Zie ook

Liturgisch kader

Startzondag zal dit jaar door corona een andere invulling krijgen dan voorgaande jaren. Naast al het persoonlijke leed dat het virus veroorzaakte, heeft het vanaf maart ook flink z’n stempel op het kerkenwerk gedrukt. Veel kon geen doorgang vinden. Bij het begin van het nieuwe seizoen zal het ongemak zeker nog niet uit de lucht zijn. Een ‘gewone’ start zit er niet in. Kan dat ook een blessing in disguise zijn? Een welkome relativering van het fenomeen startzondag en de manier waarop we die door de jaren heen hebben opgetuigd? Goedbeschouwd blijft het een vreemde eend in de bijt van het kerkelijk jaar, een ingesleten toegeeflijkheid aan de kleinburgerlijke beleving van mensen die na de vakantietijd de boel weer willen ‘opstarten’. Het kan geen kwaad als zulke wereldse startrituelen een keer heilzaam onderbroken worden.

De Protestantse Kerk in Nederland reikt als jaarthema ‘Het goede leven’ aan, eigenlijk een logisch vervolg op het vorige thema ‘Een goed verhaal’. Het goede verhaal van God dringt de mens tot een goed leven. Vanuit cultuurfilosofisch oogpunt kun je met het goede leven diverse kanten op. Klassiek is de invulling met hulp van de deugdenethiek. Een goed leven komt dan neer op het ontwikkelen van persoonlijke deugden als moed en zelfbeheersing. Aan de andere kant van het spectrum zoekt het utilitarisme het goede leven vooral in de maximalisatie van het geluk. Voor menig kerkganger zullen associaties met gezondheid, zelfontplooiing en lekker genieten (la dolce vita) nooit ver weg zijn. Corona heeft daar al een aardig kruis doorheen gezet, het evangelie doorkruist het nog veel dieper en fundamenteler. Het goede leven krijgt in het Nieuwe Testament gestalte als een plek licht rondom het kruis (O. Noordmans). Het is leven onder het voorteken van het eschaton, leven dat zichzelf verliezen wil omdat deze wereld aan het voorbijgaan is. De woorden van Paulus brengen die kruisdimensie op een bijzondere manier tot uitdrukking. Het is een dappere poging waard om juist op een startzondag deze tonen te laten klinken. Om de start van meet af in het teken te zetten van het einde. Kunnen we ooit anders als gemeente? Gods toekomst is naar ons onderweg.

Uitleg

In een breed spectrum brengt Paulus in de eerste brief aan de Korintiërs het goede samenleven ter sprake. Van de persoonlijke seksuele ethiek tot de onderlinge omgang binnen de gemeente. Met het zevende hoofdstuk begint hij aan een lange bespreking van allerlei praktische punten die de gemeente zelf heeft aangedragen. Uitgebreid gaat hij in op de situatie van gehuwden en ongehuwden en hoe zij het goede leven handen en voeten kunnen geven. In vers 29-31 lijkt hij even een pas op de plaats te maken, alsof er ergens een belletje gaat rinkelen. Dan wordt het theologische fundament zichtbaar dat onder al die praktische adviezen ligt en merken we hoeveel er voor de apostel op het spel staat. In vers 29 schrijft hij letterlijk dat de tijd een samengedrongene is. Samengedrongen door de parousie van Christus. Er blijft weinig tijd over, niet omdat we als mensen allemaal sterfelijke wezens zijn en het aardse leven als een ademtocht voorbijvliegt, maar omdat Gods Koninkrijk ophanden is. Paulus mag in de temporele duiding van die nabijheid bij leven nog van gedachten zijn veranderd, dat doet niets af aan de blijvende waarheid dat we ons als gemeente in de laatste ure bevinden. De Gekomene is de Komende, elke dag opnieuw, seizoen uit en seizoen in. De praktische consequentie daarvan voor onze wijze van leven hier en nu formuleert Paulus in paradoxale termen met een vijfmaal terugkerend ‘als niet’ (hoos mè). Een vrouw hebben alsof je geen vrouw had, verdriet en vreugde hebben alsof je die niet had, bezit verwerven alsof het niet jouw eigendom is en van deze wereld gebruik maken maar niet ‘ten einde toe’ (zo de nog steeds fraaie vertaling van ’51). Een soort van innerlijke reserve klinkt in deze woorden door. Met de tijd krijgt ook het leven zelf een samengedrongen karakter. Het komend Koninkrijk vraagt om maat houden. Want de gestalte ofwel het schema van deze wereld gaat ten onder. Paulus schrijft deze woorden niet neer omdat hij een cultuurpessimist is die enkel moreel verval om zich heen ziet, maar omdat hij als apostel van Christus Jezus leeft met Gods nieuwe wereld voor ogen. Dan kun je de voorlaatste dingen niet meer anders zien dan in het licht van de laatste dingen. Alleen in dat spanningsveld kan het goede leven tot z’n recht komen. Dan hebben we als niet hebbend en we genieten als niet genietend. Net als andere mensen kunnen ook gelovigen relaties opbouwen, bezit verwerven, vreugde en verdriet delen. Ze hoeven de wereld niet te verachten of het klooster in te vluchten, want alles wat God geschapen heeft, is goed (1 Timoteüs 4:4). Maar – en dat is het punt dat Paulus wil maken - ze mogen niet in de wereld opgaan en zich door haar laten beheersen. Heel de kosmos ligt voor de mens open om te gebruiken, zolang deze zich maar niet tot slaaf laat maken en de christelijke vrijheid prijsgeeft. Dat laatste gebeurt als we alles uit het leven willen halen wat erin zit en op die manier de wereld letterlijk gaan ópgebruiken (katachraomai, vers 31). Een woord waarvan we de strekking anno 2020 beter begrijpen dan ooit.

Aanwijzingen voor de prediking

Een inzet is denkbaar bij het ‘anders dan anders’ karakter van de startzondag dit jaar. Een flitsende start is niet mogelijk, corona heeft een spaak is in het wiel gestoken. Niet-zingend en hinkend op anderhalve meter gaan we een nieuw seizoen in. Op zich kan dat al een betekenisvol leermoment zijn. Het brengt ons dichter bij al die andere hinkepoten in de Bijbel, van Jakob tot Paulus, en houdt ons uit de buurt van de lifestyle-achtige sfeer die het goede leven in allerlei magazines al gauw oproept. Krijgen we het ooit anders dan in de gebroken kruisgestalte? Een christen is iemand die gemerkt heeft dat men niet recht-toe, recht-aan kan leven, schreef Noordmans (VW 8, 196), een theoloog die ons in deze dingen veel te zeggen heeft. Zonder vertraging, zonder begrenzing van Godswege zal het leven zich opblazen tot enorme proporties en krijgt het heidens-natuurlijke trekken. Het bij gelegenheid flirten met het grootse en Bourgondische genieten, vaak onder verwijzing naar woorden van de Prediker, is minder onschuldig dan het lijkt. Goed wordt het leven in de betrokkenheid op de eeuwigheid, onder de tucht, de trekkracht van het Koninkrijk. Een christen komt vooruit door in te houden en groeit door kleiner te worden. Langs de weg van de ascese krijgt het goede, door God gewilde én geboden leven kans zich te ontplooien. In de preek is dat verder uit te werken aan de hand van de concrete themavelden die Paulus noemt: persoonlijke relaties, emoties (bijzonder ook hun uitvergroting?), de omgang met ons bezit en de manier waarop we de wereld om ons heen gebruiken. Hoe vaak lopen relaties niet stuk omdat mensen hun eigen ego’s en behoeftes geen grenzen weten op te leggen en/of de begrensdheid van hun partner niet willen accepteren? En hoeveel heeft de schepping in al haar delen niet te verduren omdat wij mensen onze consumptiedrift en genotzucht zo slecht weten te beteugelen? De maatschappij-brede diagnose die psychiater Dirk de Wachter in 2011 stelde in zijn boek Borderline times spreekt voor zich. In welke richting je ook kijkt, het goede leven floreert bij grenzen en gaat kapot aan grenzeloosheid. ‘Soberheid, bescheidenheid, schroom, ontzag…behoren tot het ijzeren bestand van het leven uit de Geest, aldus Noordmans (id.). Een samengedrongen tijd vraagt om samengedrongen, sobere levensvormen.

Ideeën voor kinderen en jongeren

Kinderen en jongeren hebben vast hun eigen voorstelling hebben bij het goede leven, misschien meegekregen in de opvoeding of anders ontleend aan social media of de vriendengroep. Met het verzamelen en laten zien van een aantal trefwoorden kan de gemeente daar iets van mee krijgen. De kunst is dan om vragenderwijs en zonder moraliseren ruimte te maken voor de dwarse stem van het evangelie. Zou minder (consumeren, reizen, gamen) ook tot meer kunnen leiden? Het beeld van pijl en boog kan een behulpzame visualisatie opleveren: eerst trek je de boog terug, pas dan kan de pijl goed vooruitkomen en z’n doel treffen.

Liturgische suggesties

Te denken valt aan Psalm 63:1 en 2, Psalm 119: 13 en 14, NLB 807, NLB 799 en NLB 802. Als evangelielezing zou Marcus 8:34-38 kunnen dienen. Goed leven als volgeling van Jezus is je leven willen verliezen.

Geraadpleegd