Oude Testament

Nieuwe Testament

Kerkelijk jaar

Onderwerpen

Categorie

Bron

Een Zoon van God

Henk Bakker geeft in zijn boek Jezus. Reconstructie en revisie een overzicht van jarenlang onderzoek naar de historische Jezus én geeft een interpretatie van opvattingen die in de loop van de eerste eeuw over Jezus zijn ontstaan.
Met recente discussies tussen de belangrijkste onderzoekers als opstap, kijkt hij opnieuw naar de evangeliën en andere vroegchristelijke geschriften) en luistert daar kritisch naar.

In de onderstaande tekst onderzoekt hij de titel van Jezus als ‘Zoon van God’ (een fragment uit hoofdstuk 8 uit het boek). In het boek is dit duidingskader van Jezus het laatste dat besproken wordt:
“Vanwege de populariteit van de Davidische verwachting ben ik daarmee begonnen. De andere profetische verwachtingen (de Davidische bleek sterk profetisch te zijn) volgden daaruit, in het bijzonder die van Mozes en Elia. Vervolgens ging de aandacht vooral naar de meer priesterlijke verwachtingen, zoals die van de ‘knecht’ en de ‘mensenzoon’. De bespreking van de titel ‘zoon van God’ heb ik bewust aan het einde van het boek geplaatst, omdat met deze aanduiding de kern van de discussie uit deel I opnieuw op tafel ligt en de andere aanduidingen (David, Mozes, Elia, knecht, mensenzoon) worden uitgedaagd om zich kritisch tot deze titel te verhouden.”

Er is al op gewezen dat hoogheidstitels voor Jezus, en daar horen die van Zoon en Heer bij, teruggaan tot de vroegste christelijke kringen in Jeruzalem. Ik heb in dit verband ook Marcus 12:6 onder de aandacht gebracht, de ‘zoon’ uitspraak in de gelijkenis die Jezus bij de tempel uitsprak. De aanduiding ‘zoon’ wijst op een zekere waardigheid en gaat terug op Jezus zelf. 1 De context waarin hij de gelijkenis vertelde is daarbij essentieel. Jezus was Jeruzalem binnengekomen, had actie ondernomen en zich kritisch over de tempel uitgelaten, en sprak daarna deze gelijkenis uit. Met de onbetrouwbare wijnbouwers doelde hij zo goed als zeker op de tempelelite. De ‘zoon’ stond bij hem dus in contrast tot de tempelaristocraten, de politiek-religieuze bovenlaag in Jeruzalem. Gewezen is ook op dezelfde gedachte die zich in de Hebreeënbrief ontvouwde. De auteur schreef dat Mozes als dienaar over Gods huis was aangesteld, maar dat de ‘zoon’ van het huis beslist meer te zeggen had.2 Bovendien plaatste Marcus Jezus’ zoonschap in een context van (eschatologische) urgentie. De zoon werd ‘als laatste’ gestuurd.

Jezus’ zoonschap en de tempel werden door Lucas en Johannes aan het begin van hun evangeliën al op elkaar betrokken. Bij Lucas gebeurde dit in het narratief over Jezus’ jeugd, bij Johannes in Jezus’ confrontatie op het tempelplein, die hij lijkt te hebben vervroegd. Lucas heeft de uitspraak van de jonge Jezus ‘Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ tot Jezus’ eerste woorden in zijn evangelie gemaakt.3 Het verhaal is exemplarisch voor de verhaallijn in het evangelie, omdat het met de tempel begint en afsluit (1:8-9; 24:53) en Jezus tien hoofdstukken lang (hfdst. 9-19) richting de stad en de tempel ging – het was dan ook niet toevallig dat de twee momenten die Lucas uit Jezus’ kinderjaren koos zich beide in de tempel afspeelden. Eerst werd hij, slechts een paar maanden oud, door zijn ouders in de tempel gebracht en zegende Simeon hem (2:22). Op het tweede moment was hij twaalf jaar oud en koos hij er zelf voor om langer dan zijn ouders in de tempel te blijven en zich van leraars daar te bedienen. De betekenis van de uitspraak dat hij ‘in het huis’ van zijn Vader moest zijn, maakte duidelijk dat de tempel de plaats is waar hij als ‘zoon’ bij uitstek wilde zijn. De tempel was blijkbaar meer zijn thuis dan zijn ouderlijk huis in Nazaret.4 Het gegeven dat Lucas in zijn evangelie plaats inruimde om dit te vertellen en Jezus’ eerste woorden op de tempel te richten (proportionele selectie), maakte dat het zoonschap zich van meet af aan in de buurt van de tempel afspeelde. Het huis van de Vader en de identiteit van de Zoon sloten ineen.

Aan het begin van het Johannesevangelie vond ook een incident bij de tempel plaats, weliswaar van andere aard. Toen Jezus een profetische daad stelde door een groep verkopers van het tempelplein te verdrijven, verweet hij hen het huis van zijn Vader tot een markt te maken (‘het huis van mijn Vader’). Later brachten zijn leerlingen dit in verband met Davids woorden: ‘De hartstocht voor uw huis


...

Log in of registreer gratis om verder te lezen.

Om verder te gaan heb je een account nodig.
Met een account heb je direct een maand gratis toegang, zonder verplichtingen.

Ik wil een account aanmaken

Met een account heb je direct een maand gratis toegang tot honderden preekschetsen, artikelen en nog veel meer.

Account aanmaken

Ik heb al een account

Heb je al een abonnement?
Log dan hieronder in.

Inloggen